Line of sight / 2016 / Penitentiaire Inrichting Zaanstad / opdracht / Taak, Pi2, Staat der Nederlanden

De nieuwe penitentiaire inrichting Zaanstad in Westzaan is in 2016 in gebruik genomen. Dit hightech gebouw vervangt de verouderde Bijlmerbajes en De Koepel in Haarlem. In opdracht van de rijksoverheid en onder supervisie van het Rijksvastgoedbedrijf maakte Michiel Kluiters een kunsttoepassing voor drie binnentuinen van het complex. Daar staan nu 13 objecten die doen denken aan schermen. Ze belemmeren het zicht op tuin en gebouw.

De technologische beveiliging van het gebouw en de justitiabelen hebben tot gevolg dat er minder bewakers in bijvoorbeeld de gangen van het complex aanwezig zijn. De gedetineerden lopen zelfstandig door delen van het gebouw, terwijl de technologie ervoor zorgt dat deuren wel of niet voor hen opengaan. Een van de gangen biedt zicht op drie besloten tuinen en de tegenovergelegen cellen. Om te voorkomen dat gedetineerden contact met elkaar kunnen maken moesten er voor die gangen zicht beperkende maatregelen komen. De aard van de opdracht was dus architectuurgericht en probleemoplossend, en in die zin functioneel. Tegelijkertijd moest het als kunstopdracht een interessante interventie opleveren en leiden tot een kunstwerk.

Geredeneerd vanuit zijn oeuvre gaf Kluiters invulling aan de opdracht door zich niet op de tuin maar op de architectuur die die tuin begrenst te richten: je kijkt in dit geval niet naar een tuin maar naar een architectonische binnenruimte. De vormen van de schermen die hij ontwierp zijn direct afgeleid van de architectuur. Ze zijn modulair waarbij telkens twee hoekvormen, een hoek waar je op kijkt en een waar je in kijkt, op elkaar zijn gestapeld. Binnen- en buitenhoeken bevinden zich afwisselend boven of onder. De beide hoekvormen zijn gevat in een standaard die doet denken aan de houders van een spandoek, waardoor de objecten een demonstratief en tijdelijk karakter krijgen.  

De hoekvormen doen denken aan perspectivische tekeningen van gebouwen, waarbij de hoek verdwijnt in de richting van een punt op de horizon. De horizontale delen van zo’n gebouw veranderen in die tekeningen in schuin op- of aflopende lijnen die als zichtlijn naar een punt op de horizon kunnen worden doorgetrokken. Met deze typische hoekvorm, die als het ware uit het platte vlak is gekomen, speelde ook de schilder René Daniels. Zijn vormen van ‘strikjes’ of perspectivisch getekende ruimtes die uit hun context zijn gelicht en in de ruimte zweven, vormden een andere inspiratiebron voor dit werk.

Zichtlijnen hebben niet alleen de vorm van de objecten bepaald maar ze spelen een essentiële rol in de plaatsing van de schermen. Ze zijn zo achter de ramen van de gangen opgesteld dat ze enkel het zicht op de ramen van de cellen belemmeren maar niet op de muurdelen. Er blijft dus nog steeds een deel van de tuin met haar omlijsting zichtbaar.

Naast de suggestie van perspectief in de vormen zelf is er ook nog de reële perspectiefwerking als je langs de ramen van de gangen loopt. Kluiters: “De objecten zijn vanuit elk standpunt anders en ogen daardoor dynamisch. Dat wordt nog eens versterkt door de opstelling in serie. Ondanks de modulaire vormen kun je verschillende beelden creëren door de objecten in verschillende hoeken ten opzichte van elkaar te positioneren.”

Hoewel het zicht wordt belemmerd suggereren de objecten dus nog steeds ruimtelijkheid. Zo wordt je blik langs de weglopende vlakken geleid of de hoeken ingezogen. Daar waar de vormen op elkaar zijn gestapeld is er een opening. En in het metalen plaatmateriaal zijn perforaties die samen geabstraheerde vormen suggereren die zijn geïnspireerd op vogels. De perforatievormen maken dat deel van de ondoordringbare vlakken juist transparant, afhankelijk van de lichtval. “Deze schimmen of silhouetten zijn bedoeld als vluchtige elementen die heel even aan de architectuur raken. Vogels, de vluchtige en enige bezoekers van de binnentuinen, en de statische architectuur zijn hier tegengestelde identiteiten die elkaar heel even opzoeken. Maar natuurlijk gold voor de maat van de gaatjes de strenge veiligheidseis dat die transparantie niet zou leiden tot gezichtsherkenning.”

In het overwegend kleur neutrale en prikkelarme complex springen de verschillende kleurcombinaties van de gegroepeerde objecten in het oog. Omdat het geen felle signaalkleuren mochten zijn is het resultaat een verrassende combinatie van originele mengkleuren. De kleurencombinaties verschillen per raam en komen de oriëntatie in het complex ten goede.

Door de aard van de locatie waren de praktische condities leidend in het zoeken naar vorm en inhoud. Zo moet het werk 25 jaar lang zo goed als onderhoudsvrij zijn. De werken zijn verder simpel te (ver)plaatsen, minimaal gefundeerd, demontabel en – vanwege de keuze voor modulaire vormen – overzichtelijk in productiekosten. Bij het ontwerpen is er gezocht naar een dynamische vorm met variatiemogelijkheden. Tegelijkertijd wilde Kluiters dat het ontwerp ook rust en een zekere mate van ingetogenheid zou uitstralen.

De opdracht past goed bij waar het in de kern van Kluiters’ oeuvre om gaat: architectuur en de manier waarop we daarnaar kijken. “Het mooiste aan dit werk vind ik het gegeven dat je een ruimte alleen visueel deelt met anderen, de fysieke ruimte kun je niet betreden. Omdat de kijkrichting zo precies is bepaald (via de ramen) kun je de situatie van de door gebouwen omgeven tuinen opvatten als kijkdozen. En vervolgens kun je die heel gerichte blik manipuleren. Architectuur, kijkrichting, perspectief en manipulatie, daar gaat mijn vrije werk ook over. En ondanks de praktische eisen en doelstellingen ogen de objecten als echte sculpturale werken.”

 

Colofon:

Opdracht: Consortium Pi2, Ballast Nedam

Supervisie: Rijksvastgoedbedrijf

Artistiek advies: TAAK